Gepubliceerd
Leestijd 3 min

Onlangs verschenen er in de media weer verontrustende berichten over de impact van AI op de arbeidsmarkt. De teneur? AI vreet banen, hbo-afgestudeerden zijn straks overbodig en er dreigt een nieuwe sociale kwestie: het hardnekkige idee dat technologie leidt tot massale uitsluiting van werk. Als ambassadeur digitale banen gaat mij dit aan het hart. Want met deze vorm van arbeidsmarktcommunicatie saboteren we onze eigen toekomst. Het is tijd voor een krachtig tegengeluid en een nauwe samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven.

De krantenkoppen liegen er niet om. Er wordt gesuggereerd dat de ene helft van de beroepsbevolking straks thuiszit, terwijl de andere helft – de praktische vakmensen – de kar moet trekken. Je zal nu maar een student mbo, hbo of wo ICT zijn. Of een ouder die zijn kind adviseert over een studiekeuze. Welk signaal geven we af aan de generatie die we zo keihard nodig hebben? “Studeer maar niet voor een digitale functie, want een algoritme neemt het over”? Dit is de slechtste arbeidsmarktcommunicatie die ik me kan voorstellen.

De angst regeert, maar de nuance ontbreekt

Natuurlijk, AI gaat rollen en functies fundamenteel veranderen. Er worden andere skills gevraagd en het onderwijs moet daar razendsnel op aansluiten. Maar laten we ophouden met het bang maken van talent. Onderzoek laat juist zien dat er een groot verschil zit tussen wat AI in theorie kan en wat er daadwerkelijk gebeurt in de praktijk. Toch wordt het debat vaak gevoerd alsof die uitkomst al vaststaat. Soms bekruipt me het gevoel dat dit doemdenken een excuus is om talent maar uit het buitenland te halen of junior- en mediorfuncties massaal te outsourcen. Dat is een hele onverstandige weg.

Tegenover de pessimistische geluiden staan internationale experts zoals Josh Bersin, die benadrukken dat technologie historisch gezien juist leidt tot meer werk en nieuwe menselijke rollen. Ook harde arbeidsmarktdata ondersteunen dat beeld. Het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics verwacht dat de vraag naar softwareontwikkelaars de komende tien jaar met ongeveer 17% groeit, ruim boven het gemiddelde van circa 4% voor andere beroepen. Die groei wordt mede gedreven door de toenemende behoefte aan software en AI-toepassingen. De toekomst is geen vaststaand feit dat ons overkomt; de toekomst is iets wat we zelf verbeelden en vormgeven.

Een historische opdracht voor de ondernemer

Ik doe een dringende oproep aan ondernemers: kijk naar het verleden om de toekomst te redden. Honderd jaar geleden namen grote industriëlen hun verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de beroepsbevolking. Vandaag de dag zien we voorbeelden zoals ASML, die begrijpen dat een welvarende regio valt of staat met goed opgeleid talent.

We leven in een tijd waarin we niet meer vanuit ons eigen ‘organisatie-eilandje’ kunnen opereren. Elke ondernemer zou samen met beleidsmakers en het onderwijs moeten willen bouwen aan een beroepsbevolking die is voorbereid op de digitale realiteit. Dat betekent niet afwachten tot het onderwijs “klaar” is, maar actief bijdragen aan het curriculum, productieve leerpaden bieden die ertoe doen en investeren in de regio waarin je actief bent.

Van angst naar actie

De conclusie is simpel: we kennen de exacte toekomst niet, maar we weten wel wat we vandaag kunnen doen. We moeten ervoor zorgen dat mensen het werk kúnnen doen dat door technologie ontstaat. Dat betekent vol inzetten op de ontwikkeling van nieuwe competenties en skills, in plaats van de deur op slot te gooien.

We hebben ondernemers nodig die verder kijken en ook over de grens van de eigen organisatie. Ondernemers die snappen dat zij een cruciale schakel zijn in de keten van talentontwikkeling. Laten we stoppen met de retoriek van vervanging en starten met de strategie van versterking. Onze economie en welvaart hangen ervan af.