Gepubliceerd
Leestijd 3 min

Marjolein ten Hoonte Ambassadeur  Digitaal Talent Nederland

De recente conclusie van de Rekenkamer dat het Stagefonds Zorg nauwelijks bijdraagt aan extra stageplekken, is een pijnlijk maar noodzakelijk wake-up call. De SBB-data laten zien dat het tekort aan stageplekken een breder probleem is, én helaas ook geldt voor ICT-studies. Geld prikkelt zorgorganisaties en tech-bedrijven nauwelijks meer om stages aan te bieden. Waarom? Omdat het echte knelpunt geen geld is, maar een tekort aan tijd en begeleidingscapaciteit. En dat los je niet op met subsidie.

Als we de personeelstekorten in cruciale sectoren echt willen aanpakken, moeten we stoppen met het in stand houden van het traditionele stagemodel. We moeten naar een model waarin de student geen ‘begeleidingslast’ is, maar een talent van de toekomst.

Het failliet van de ‘meeloopstage’

In een oververhitte arbeidsmarkt is de klassieke meeloopstage — waarbij een senior medewerker constant over de schouder van een starter meekijkt — een luxe die we ons niet meer kunnen veroorloven. Juist in sectoren waar digitalisering de enige uitweg is uit de krapte, laten we potentieel onbenut.

Van ‘Leren door Kijken’ naar ‘Leren door Leveren’

Beleidsmakers en onderwijsbestuurders moeten de transitie inzetten naar productieve leerpaden. Dit vraagt om twee fundamentele verschuivingen:

  1. Project gestuurd Leren: Haal de student uit de dagelijkse hectiek van de werkvloer en zet ze in teams met een docent in op concrete digitale vraagstukken aangereikt vanuit de bedrijven. Laat een team mbo- of hbo-studenten werken aan echte opdrachten. De begeleiding verschuift van de werkvloer naar hybride leeromgevingen, waar docent-practici de regie voeren. Het bedrijf ontvangt geen stagiair, maar een oplossing.
  2. Regionale project omgevingen: Stop de versnippering. Eén zorginstelling of mkb-bedrijf kan de begeleiding vaak niet meer alleen aan. Door regionaal samen te werken in ‘Skills Labs’ project omgevingen kunnen we de begeleidingslast poolen. Eén ervaren coach kan daar een grotere groep studenten aansturen die opdrachten uitvoeren voor meerdere organisaties tegelijk.

Het grote voordeel: de student leert het vak door werkelijke waarde toe te voegen. Geen hypothetische sommen, maar voor echte vragen oplossingen verzinnen. Dit verhoogt de inzetbaarheid: de student stroomt na de opleiding niet binnen als ‘beginner’, maar als een startende professional die meer heeft gezien,  die al heeft bewezen projecten te kunnen draaien.

Er lopen vele experimenten, teveel misschien wel, nu wordt het tijd om te kiezen, de randvoorwaarden van een dergelijke aanpak met elkaar te benoemen en dat wat werkt groter en groter maken!

Een voorbeeld van Leren door Leveren is de opzet van de Bit Academy. In deze Acadamy volgt de theorie de praktijk en volgen studenten een MBO4 opleiding Software Developer via een niet-schoolse aanpak. Deelnemers bepalen hun eigen leerroute en tempo, worden ondersteund door (hybride) coaches en medestudenten en werken veel met praktijkopdrachten.

Binnen het reversed campus-netwerk van de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht gebeurt leren en ontwikkelen zoveel mogelijk in de praktijk: studenten en docenten werken op en met bedrijfslocaties aan echte opdrachten, terwijl bedrijven toegang krijgen tot talent, nieuwe kennis en innovatiekracht.

Ook binnen SPARC brengen bedrijven onderzoeksvoorstellen in die binnen onderwijscontext als toegepast onderzoek worden uitgevoerd. Zo werken bedrijven samen met jong technisch talent en professionals van Fontys Hogeschool ICT aan nieuwe technologie en vooruitstrevende ICT-innovaties.

Een oproep aan de politiek en het bestuur

Mijn oproep aan beleidsmakers: Investeer niet in het subsidiëren van de ‘last’ op de werkvloer, maar in de infrastructuur om deze nieuwe leerwerkvormen te financieren.

We moeten studenten niet langer zien als een last, maar als de broodnodige talenten die onze economie toekomstbestendig maakt. Een leven lang ontwikkelen vanaf de start.

De stage is achterhaald, Leren door te leveren het antwoord.